Janus van der Velden

Janus van der Velden: Kleurrijk ondernemer

Indië
Ongetwijfeld bewaren veel oudere Veldhovenaren mooie herinneringen aan Janus van der Velden die de meeste tijd van zijn leven op Pegbroekenweg 10 heeft gewoond. Janus werd geboren te Hooge- en Lage Mierde op 23 april 1919. Toen Janus drie jaar oud was, is zijn vader  op de markt in Eersel tussen de paardentram en een auto terechtgekomen en overleden. Zijn moeder hertrouwde met Toontje van de Sande en kwam in Meerveldhoven te wonen, later in Veldhoven-Dorp. Ze kregen samen vier kinderen.

Het gezin had het niet breed. Na zijn schooltijd werd Janus boerenknecht. Dat beviel hem niet. Hij wilde meer geld verdienen om zijn moeder te kunnen ondersteunen en hij is toen in het leger gegaan. Hij heeft 13 jaar in Nederlands-Indië gediend, waar hij tijdens de oorlog als krijgsgevangene in een Jappenkamp heeft gezeten.  Zijn soldij stuurde hij naar zijn moeder. Tijdens zijn verlof is hij in 1948 getrouwd met Anneke van Gorp (1923) uit Tilburg. Zij ging met hem mee naar Nederlands-Indië. In 1950 werd daar in Medan hun oudste zoon Sjef geboren.

Berooid kwamen Janus en Anneke in 1950 terug in Veldhoven. Janus leende fl. 1.000,-. Hij kocht een oude bus en ging daarin met zijn gezin in de tuin van zijn moeder op de Locht wonen. In die bus werd in 1954 dochter Annemieke geboren. In 1957 werd in het inmiddels nieuw gebouwde huis zoon Ad geboren.

Van nasi tot doe-het-zelf-garage
In Nederlands-Indië had Janus de Indische keuken leren waarderen. Hij wilde de Veldhovense bevolking met die keuken kennis laten maken. Hij startte een fritestent aan de Dorpstraat waar hij ook nasi verkocht. Maar helaas, de Veldhovenaar was er blijkbaar nog niet klaar voor. Het liep niet!

Omstreeks 1960 gaf Janus de aanzet voor een bedrijfje dat loempia’s maakte en dat later verkocht werd aan het landelijk bekende snackbedrijf Mora.

Aan de Pegbroekenweg begon hij een oudpapierhandel die eind jaren 60 werd overgedaan aan Wim Box. Dit bedrijf is nog altijd aan de Knegselselweg gevestigd.

Een volgende onderneming was een doe-het-zelf garage. Het was een primeur voor Brabant. In de doe-het-zelf-garage konden mensen een werkplek, een brug en het benodigde gereedschap huren om zelf hun auto te repareren. Helaas verdween het gereedschap en dus moest Janus weer met nieuwe ideeën komen.

Tussendoor was Janus in de jaren 60 de uitvinder van de zandstrooier, voor de gladheidsbestrijding van de Veldhovense wegen. Voorheen verspreidde men – staande op de vrachtwagen – met de schop zand op de gladde weg. Nog altijd was er mankracht nodig om het zand in de trechter te gooien, maar nu werd het wel beter over het gladde wegdek verspreid.

De Trabant
Janus kreeg het dealerschap van het Oost-Duitse automerk Trabant, een auto voor de smalle beurs. Hij startte de verkoop ervan aan de Pegbroekenweg. Vanwege strengere emissie-eisen werd de Trabant vanaf 1974 niet meer in Nederland ingevoerd.
Behalve van de Trabant kreeg Janus ook het dealerschap van de Scaldia Volga, een Russische auto die vanaf 1962 via België naar Nederland werd geëxporteerd. Om zijn garage uit te kunnen breiden, kocht Janus in Knegsel aan de doorgaande weg het oude boerenbondsgebouw en liet bij zijn garage een Caltex benzinestation bouwen.

Amfibievoertuig
Zijn volgende stap was de introductie van een amfibievoertuig van de Duitser Hans Trippel. In 1961 kwam Trippel met de Amphicar, het enige amfibievoertuig dat in serie gemaakt is, althans voor de particulier. Janus zag het helemaal zitten en wachtte een verdere ontwikkeling van het amfibievoertuig niet af. Het Eurostrand werd uitverkozen als locatie om de mogelijkheden van het voertuig aan de pers te demonstreren. De introductie was veelbelovend, maar helaas. Janus verkocht er slechts twee waarvan er één nooit betaald werd! 

 

Huifkarren
De vrouw van Janus, Anneke,  was ernstig chronisch ziek. Janus was vaak van huis en moest haar dan alleen laten. Daarom wilde hij naast de garage in Knegsel een huis bouwen. Helaas mocht dat niet van de gemeente Vessem. Hij besloot daarom de zaak in Knegsel te verkopen en aan de Pegbroekenweg te starten met de verhuur van huifkarren. Het idee daarvoor was aan zijn vrouw te danken. Ze had bij de kapper in een Libelle gelezen over huifkarren in Ierland.

In het voorjaar van 1970 startte hij met twee kleine huifkarren die – voorzien van een pony als trekdier – voor fl. 30,- per dag verhuurd werden aan gezinnen die een uitstapje wilden maken. Het liep zo goed dat hij samen met zijn zoon Sjef een woonhuifkar bouwde. De liefhebber van een rustige, landelijke vakantie kon de woonhuifkar tegen fl. 300,- per week huren, compleet met trekpaard Flipper die, zo mak als een lammetje, door iedereen gemend kon worden.

Het huifkarrenproject werd een groot succes en inspireerde Janus om in de oude papierloods/doe-het-zelf-garage een manege te starten zodat de trekdieren hun eigen kost konden verdienen. Bij deze manege had hij een foyer en een pannenkoekenhuisje `Het Praathuis` waar de bezoekers van de manege en huurders van de huifkarren een hapje en een drankje konden gebruiken.
Het bedrijf liep goed, maar helaas moest Janus het – vanwege gezondheidsredenen – opgeven.

Scootmobiel
Op een gegeven moment is Janus op bezoek geweest bij zijn zus in Amerika. Daar kwam hij in aanraking met de elektrische wandelwagen (de eerste scootmobiel), die door een Amerikaan voor zijn zieke vrouw ontworpen was. Janus zag dit als een mooie oplossing voor zijn eigen vrouw die aan de rolstoel gebonden was. Hij was erg enthousiast. Thuisgekomen probeerde hij onmiddellijk zo’n elektrische wandelwagen voor zijn vrouw te maken wat ook lukte. Hij zag het helemaal zitten: veel mensen zouden er plezier van kunnen hebben en weer zelfstandig mobiel worden. Samen met directeur Van Hoessel van het Eindhovense bedrijf Mado bracht hij het product op de markt. Zijn voortvarendheid en durf pakten echter verkeerd uit. Het product had te veel kinderziektes en gebreken waardoor het helaas flopte.

Rijk als mens
Nog een andere idee van Janus was de Carambole in Zonderwijk, een groot biljartcentrum wat gerund werd door zijn dochter. Van al zijn ondernemingen is Janus nooit echt rijk geworden. Zijn zucht naar onmiddellijk aanpakken speelde hem menigmaal parten. Bovendien was hij vaak te goed van vertrouwen en te goed van hart. Sommigen buitten dat uit in hun eigen voordeel. Rijk in geld is Janus weliswaar niet geworden, maar rijk als mens des te meer: iemand op wie je altijd kon rekenen en die altijd klaar stond om anderen te helpen.