H. Caeciliakerk

Veldhoven-Dorp kent een rijke kerkgeschiedenis. Al in de 13 eeuw stond er een kerkje op Sondervick dat toen het belangrijkstee deel van het dorp was. De opvolger daarvan werd gebouwd op de plaats die we nu kennen als de Oude Kerkhof. In de 15e eeuw verrees daar een stenen kerk die in 1648, na de 80-jarige oorlog, tijdens de protestantse overheersing in handen van de protestanten kwam. De Veldhovense katholieken weken uit naar een noodkerk aan de Kromstraat, een zogenaamde schuurkerk, die oogluikend werd toegestaan. In 1798 kregen de katholieken van Veldhoven de kerk aan de Oude Kerkhof in verwaarloosde toestand terug. Er wordt geen gebruik van gemaakt. In 1814 werd begonnen met de sloop van de kerk. In 1834 volgde de sloop van de toren.

De sloopresten van de toren werden gebruikt voor de fundering van een nieuwe kerk in Veldhoven-Dorp, de vervanger van de schuurkerk. Het kerkje – bekend geworden als het waterstaatskerkje – werd in 1835 in gebruik genomen. Het onderhoud was echter al snel een steeds groter wordende kostenpost.

Onder pastoor Achterbergh (pastoor van 1896 – 1919) werd in 1911 contact gelegd met architect Wolter ter Riele voor de bouw van een nieuwe kerk, de huidige H. Caeciliakerk. De kerk zou direct achter het waterstaatskerkje worden gebouwd. Aannemer Willem Broens uit Tilburg is met fl. 51.316,- de laagste inschrijver en begint in juni 1913 met de bouw. Op 18 juli 1914 kan de kerk in gebruik worden genomen. In november 1914 wordt het waterstaatskerkje gesloopt.

Het nieuwe gebouw is een driehoekige kruisbasiliek in neogotische stijl, voorzien van prachtige gewelfconstructies met de pijlers van het middenschip ver uit elkaar, waardoor het zicht op het altaar maximaal is. De kerk staat met het priesterkoor naar het oosten georiënteerd. In het noordoostelijke deel van de kerk, naast het priesterkoor, staat de sacristie met daarboven het zangkoor. Het zangkoor geeft toegang tot een torentje. De grote toren heeft drie geledingen en is ingebouwd in de kerk en wordt afgedekt met een achtzijdige naaldspits. Aan de basis van de spits staan vier hoektorentjes met daartussen de uurwerken. Aan de noordwesthoek van de kerk, tegen de toren, bevindt zich de doopkapel (nu de Mariakapel). De kerk is 39 meter lang en 22,5 meter breed. De toren is 42,5 meter hoog, het kruis op de toren 5 meter en de haan op het kruis is 66 cm. De grote wijzers van het uurwerk zijn 1,14 meter lang.

In de jaren ’50 is de kerk al te klein. Veldhoven is dan de snelst groeiende gemeente van Nederland. Onder pastoor Damen (pastoor van 1945 tot 1964) vindt in de periode 1957-1958 een vergroting van de kerk plaats onder architectuur van C.G. Geenen. Het schip wordt in oostelijke richting uitgebreid waardoor het aantal zitplaatsen stijgt van 650 tot ruim 1.000. Het hoogaltaar wordt vervangen door een vrijstaande, gemetselde altaartafel. De communiebanken komen voor de zijaltaren te staan in plaats van voor het hoofdaltaar. De preekstoel wordt verwijderd. Op 22 februari 1958 is de verbouwing voltooid.

Eind jaren ’60 volgen er nieuwe aanpassingen. Op het priesterkoor verschijnt een nieuw hoofdaltaar en het wordt voorzien van een doopvont. Het doopvont achter in de kerk wordt getransformeerd tot devotiekapel. De communiebanken worden verwijderd.

In 1997 krijgt de kerk de status van Rijksmonument. De ontkerkelijking is dan echter al in volle gang en op 13 november 2016 wordt een tijdperk afgesloten van acht eeuwen ‘kerken’ in Veldhoven-Dorp: de H. Caeciliakerk sluit haar deuren voor de wekelijkse eucharistievieringen.